In de praktijk wordt een zakelijke financiering afgewezen om vier verschillende redenen: 1) cijfers die de gevraagde maandlast niet dragen, 2) stukken die ontbreken of het verhaal niet onderbouwen, 3) een leendoel waarvan niet duidelijk is wat het oplevert, en 4) betalingsproblemen of een BKR-codering die te laat op tafel komen. Drie daarvan repareer je als ondernemer zelf, voordat je aanvraagt.
Hoeveel zakelijke financieringsaanvragen worden er eigenlijk afgewezen?
Minder dan de meeste ondernemers denken. Volgens de Financieringsmonitor 2025 van het CBS waren bedrijven in 87 procent van hun meest recente aanvragen geheel succesvol, kreeg 7 procent een deel van het bedrag en werd 6 procent van de aanvragen niet ingewilligd. Voor starters liggen deze cijfers veel minder gunstig: daar gaat het om afwijzingen tot 50 procent van de aanvragen. Die 6 procent is het cijfer om te onthouden. Wat ik in mijn werk zie, is dat een afwijzing in die gevallen niet altijd nodig was.
Wat zijn de meest voorkomende redenen dat een aanvraag van een ondernemer strandt?
-
De cijfers dragen de financiering niet
Dit is de zwaarste reden. Omzet, cashflow (het geld dat maandelijks daadwerkelijk binnenkomt en uitgaat) en winst bepalen samen hoeveel maandlast je onderneming aankan. Vraag je 150.000 euro over vijf jaar, dan moet er na alle vaste lasten structureel zo’n 3.000 euro per maand over zijn, met marge. Is die ruimte er niet, dan helpt alleen een heel goed doordacht en onderbouwd plan. Dit is de enige van de vier die je niet zomaar repareert.
-
Betalingsproblemen komen te laat op tafel
Een BKR-codering (een registratie bij het Bureau Krediet Registratie dat je een betalingsachterstand hebt of had), een beslag (een schuldeiser die via de rechter een deel van je geld of bezittingen vasthoudt) of betalingsproblemen zijn op zichzelf niet altijd het einde van een aanvraag. Wat wel het einde is: dat er pas naar een oplossing wordt gezocht als de aanvraag al loopt en de financier het zelf ontdekt. Dan is het vertrouwen weg, en daarmee de aanvraag.
“Wat ik het vaakst zie, is dat ondernemers een betalingsprobleem niet noemen omdat ze hopen dat het niet opvalt. Het valt altijd op.”
-
Het leendoel is niet onderbouwd
Het leendoel is waar je het geld voor gebruikt en wat dat je oplevert. “Ik wil groeien” is geen leendoel. “Een tweede bestelbus, waardoor ik twee extra klussen per week kan aannemen, goed voor 4.000 euro extra omzet per maand” is dat wel. Bij een starter weegt dit dubbel, omdat er vaak nog geen cijfers zijn die het verhaal dragen.
-
De stukken ontbreken of onderbouwen het verhaal niet
Jaarcijfers van twee jaar oud, geen tussentijdse cijfers, geen prognose (een onderbouwde verwachting van je omzet en kosten voor de komende periode). Een financier beoordeelt wat er ligt, en geeft een dun dossier niet het voordeel van de twijfel. Dit geldt ook wanneer de aangetoonde cashflow het ondernemersverhaal niet ondersteunt: presenteer je groei, dan moet dat ook uit je cijfers blijken.
Waar kijkt een financier als eerste naar?
Naar de terugbetaalcapaciteit, en direct daarna naar de solvabiliteit. Onderpand en volledigheid komen pas daarna.
Terugbetaalcapaciteit is de vrije kasstroom: wat er maandelijks overblijft nadat alle kosten en bestaande verplichtingen zijn betaald. Daaruit moet de nieuwe maandlast komen, met ruimte voor een tegenvaller. Solvabiliteit is het aandeel eigen vermogen in het totale vermogen, oftewel de buffer als het tegenzit.
Onderpand (een bezitting die de financier mag verkopen als je niet meer betaalt, zoals een pand of een machine) telt mee, maar minder dan veel ondernemers denken. Een financier wil terugbetaald worden uit je omzet, niet uit de verkoop van je machines.
De leeftijd van je onderneming speelt hier doorheen. Is die jonger dan twee jaar, dan ontbreekt het trackrecord dat de kredietwaardigheid van een bedrijf normaal aantoont. Een financier valt dan terug op het plan, de cashflow en de ondernemer zelf. Wat ik bij starters zie: ze stranden zelden op cijfers en bijna altijd op onderbouwing.
Wat kun je zelf repareren voordat je aanvraagt?
- Betalingsproblemen: regel ze voordat je aanvraagt, niet erna. Vraag een BKR-overzicht op en check of een oude codering hersteld kan worden. Tref een regeling met de Belastingdienst of een schuldeiser voordat er een beslag ligt. Reken op enkele weken tot een paar maanden. Vermeld het daarna zelf in de aanvraag, met de regeling erbij: een opgelost probleem leest een financier als grip, een verzwegen probleem als risico. Knelt een bestaande lening, kijk dan eerst naar herfinanciering van een zakelijke lening voordat je er een tweede naast zet.
- Leendoel: reken het door tot op de maand. Schrijf op wat je met het geld doet, welke extra omzet of besparing dat oplevert en vanaf wanneer. Zet daar de maandlast naast. Sluiten die twee op elkaar aan, dan heb je een leendoel. Dit kost een paar dagen. Let ook op de looptijd, de periode waarin je de lening terugbetaalt: een voorraad of een tijdelijk gat in je werkkapitaal financier je kort, een machine die zeven jaar meegaat financier je lang.
- Stukken: maak het dossier compleet voordat de vraag komt. Wat een financier vrijwel altijd wil zien: de jaarcijfers van in ieder geval het laatste jaar, tussentijdse cijfers van maximaal drie maanden oud, een prognose, de laatste btw-aangiften en een overzicht van bestaande leningen en leases. Tussentijdse cijfers kosten je boekhouder meestal een tot twee weken. Zijn er nog geen jaarcijfers omdat je onderneming te jong is, dan zijn er verstrekkers die zakelijk lenen zonder jaarcijfers mogelijk maken, mits de rest van je dossier op orde is.
De cijfers zelf repareer je niet in een paar weken. Wel kun je vaak het bedrag of de looptijd aanpassen, zodat de maandlast past bij wat je onderneming nu opbrengt.
Wanneer kun je beter nog even wachten met aanvragen?
Als een van de drie te repareren punten nog open staat. Een aanvraag die strandt, kost meer dan tijd: de afwijzing komt in latere gesprekken terug en maakt een tweede aanvraag lastiger.
De CBS Financieringsmonitor 2025 laat zien dat van de ondernemers die zich oriënteren op financiering, uiteindelijk 67 procent daadwerkelijk een aanvraag indient. Een derde haakt dus af voordat er iets ligt, meestal omdat ze denken toch geen kans te maken. Die groep spreek ik elke week.
“Vaak kan het wel, alleen niet op dat moment. Ik zeg liever tegen een ondernemer: wacht twee maanden en repareer eerst dit, dan: dien maar in en we zien wel.”
Betekent een afwijzing bij de bank dat het nergens lukt?
Nee. Een bank en een alternatieve verstrekker (een financier buiten de bank, zoals een kredietplatform, een leasemaatschappij of een crowdfundingplatform) wegen dezelfde redenen verschillend. Dat verschil zie je pas als je veel dossiers bij veel partijen ziet passeren.
| Afwijsreden | Bij een bank | Bij een alternatieve verstrekker |
| Cijfers dragen de maandlast niet | Aanvraag gaat vrijwel altijd niet door | Meestal ook niet, soms wel met een lager bedrag |
| Achterlopende of ontbrekende jaarcijfers | Vaak einde aanvraag | Vaak wel mogelijk, mits recente bankafschriften er zijn |
| Tijdelijk rode rekening-courant of dunne buffer | Weegt zwaar | Weegt minder zwaar als de omzet stabiel is |
| Verzwegen betalingsprobleem of BKR-codering | Einde aanvraag | Einde aanvraag |
| Gemeld en geregeld betalingsprobleem | Weegt zwaar | Bespreekbaar, mits er een oplossing voorhanden is |
| Leendoel niet onderbouwd | Te repareren | Te repareren |
Een rekening-courant is je zakelijke betaalrekening met de mogelijkheid om tot een afgesproken bedrag rood te staan. Het patroon in de tabel: een bank beoordeelt vooral op historie en zekerheid, een alternatieve verstrekker vooral op actuele omzet en kasstroom. Een aanvraag die bij de bank strandt op achterlopende cijfers, kan elders doorgaan op de bankafschriften van de laatste zes maanden. Wat nergens werkt, is een probleem dat de financier zelf moet ontdekken.
“Een afwijzing van de bank zegt iets over de bank, niet alleen over jou. Ik zie regelmatig een aanvraag die bij de bank strandt op oude jaarcijfers en drie weken later bij een andere verstrekker rondkomt op de omzet van de laatste zes maanden.”
Wat doe je als je aanvraag al is afgewezen?
Drie stappen, in deze volgorde. Eén: vraag de reden op, concreet en schriftelijk. “Onvoldoende zekerheid” is geen reden, “de vrije kasstroom dekt de maandlast niet” wel. Twee: bepaal of de reden te repareren is en hoe lang dat duurt. Drie: beslis pas daarna of je opnieuw aanvraagt, bij welk type verstrekker en met welk bedrag.
Het perspectief is beter dan het voelt. Het CBS meldde in februari 2026 dat van alle bedrijven die een aanvraag indienen uiteindelijk 93 procent succesvol is, tegenover 84 procent in 2019. De markt is ruimer geworden, niet krapper.
Laat je situatie bekijken voordat je aanvraagt
Een deel van de afwijzingen zijn te voorkomen. Niet door slimmer te formuleren, maar door drie dingen op orde te hebben voordat de aanvraag de deur uit gaat: geen verrassingen in je betaalhistorie, een doorgerekend leendoel en een compleet dossier. Twijfel je of je er klaar voor bent, laat je situatie dan vrijblijvend door mij of een van mijn collega’s bekijken voordat je aanvraagt. Dan weet je waar je staat, en of dit het moment is of dat je beter nog even wacht.
Informatie gecontroleerd door expert
De informatie op deze pagina is gecontroleerd door Tjalling Heeringa. Hij is specialist op het gebied van zakelijke leningen en Lease.
Offerte aanvragen