Hoeveel mag je als DGA lenen van je BV? Regels en limieten 2026
Als DGA mag je in 2026 tot €500.000 lenen van je eigen BV zonder extra belasting. Leen je meer, dan wordt het bedrag boven die grens belast in box 2 als fictief inkomen uit aanmerkelijk belang. Een uitzondering geldt voor eigenwoningschulden onder voorwaarden.
Voor veel ondernemers met een BV is geld lenen van de eigen vennootschap aantrekkelijk: het geld zit er al, je hoeft niet langs een bank, en de rente vloeit terug naar je eigen onderneming. Sinds 2023 stelt de Wet excessief lenen wel een harde grens aan hoeveel je onbelast kunt opnemen. Op deze pagina lees je wat de regels in 2026 betekenen, wat het verschil is tussen lenen via rekening-courant of een formele lening, en wanneer een zakelijke financiering een verstandiger alternatief is.
Wil je liever zakelijk financieren naast of in plaats van lenen van je BV? Vraag vrijblijvend een offerte aan.
De grens voor 2026: €500.000
De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap (sinds 1 januari 2023) bepaalt dat je als DGA samen met je fiscale partner maximaal €500.000 mag lenen van je BV’s zonder extra belasting. Het meetmoment is 31 december 2026: staat je totale schuld aan de BV op die datum boven €500.000, dan wordt het meerdere belast als fictief regulier voordeel in box 2.
Belangrijke aandachtspunten:
- De grens geldt gezamenlijk voor jou en je fiscale partner, niet per persoon
- Heb je aanmerkelijk belang in meerdere BV’s, dan tellen alle schulden bij elkaar opgeteld mee
- Ook schulden van verbonden personen (zoals kinderen) aan jouw BV kunnen meetellen
- Vorderingen op de BV mogen niet gesaldeerd worden met schulden; alleen de schuldzijde wordt getoetst
- Wel mogen vorderingen en schulden vóór de peildatum officieel verrekend worden
Let op: in het coalitieakkoord is opgenomen dat de grens zou worden verhoogd naar €700.000. Deze verhoging is nog niet in werking; de wettelijke grens blijft €500.000 totdat het wetgevingsproces is afgerond.
Voordelen van lenen van je BV
Voor DGA’s met liquiditeit in de eigen vennootschap is lenen van de BV om een aantal redenen aantrekkelijk:
- De rente vloeit terug naar je eigen onderneming, anders dan bij een bank betaal je rente aan jezelf in zakelijke zin, het bedrag blijft binnen je BV-vermogen
- Je bepaalt zelf het rentepercentage, wel binnen de marktconforme bandbreedte die de Belastingdienst hanteert, maar je hebt meer flexibiliteit dan bij een externe financier
- Geen bank nodig, je hoeft geen jaarcijfers in te leveren, geen kredietacceptatie te doorlopen en geen offertes te vergelijken
- Snel beschikbaar, bij voldoende liquiditeit in de BV kun je het bedrag binnen dagen op je privérekening hebben
- Fiscaal voordeel bij eigenwoningschuld, bij gebruik voor je hoofdverblijf is de rente onder voorwaarden aftrekbaar in box 1
Deze voordelen gelden alleen zolang de lening binnen de wettelijke grenzen blijft én voldoet aan zakelijke voorwaarden (schriftelijke overeenkomst, marktconforme rente, aflossingsschema).
Wat kost het als je boven de grens komt?
Het bedrag boven €500.000 wordt belast in box 2. In 2026 gelden twee tarieven:
- 24,5% over de eerste €68.843 aan box 2-inkomen (voor fiscale partners het dubbele)
- 31% over het meerdere
Een concreet rekenvoorbeeld
Stel: je hebt op 31 december 2026 een totale schuld bij je BV van €600.000. Dat is €100.000 boven de grens. Over dat bedrag betaal je €100.000 × 24,5% = €24.500 extra inkomstenbelasting in 2026.
Uitzondering: lenen van je BV voor de eigen woning
De belangrijkste uitzondering is de eigenwoningschuld. Leen je geld van je BV voor de aanschaf, verbouwing of onderhoud van je hoofdverblijf, dan telt die schuld niet mee voor de €500.000-grens. Wel gelden voorwaarden:
- De lening moet voldoen aan de eisen voor renteaftrek in box 1 (annuïtair of lineair aflossen binnen 30 jaar)
- Je betaalt een marktconforme rente aan de BV
- Voor schulden ontstaan ná 31 december 2022 is vestiging van een hypotheekrecht voor de BV vereist
- De lening moet aangegeven worden in je aangifte inkomstenbelasting
-
Recht van hypotheek vestigen
Het hypotheekrecht voor de BV regel je via een notaris, net als bij een reguliere bankhypotheek. Je woning komt dan in de openbare registers te staan als onderpand voor de BV.
Voldoet de lening aan de fiscale voorwaarden voor een eigenwoningschuld, dan is de rente aftrekbaar in box 1, net als bij een gewone hypotheek. Het bijzondere voordeel is dat die rente naar je eigen BV vloeit in plaats van naar een bank. Je houdt het geld dus binnen je vermogen, terwijl je toch hypotheekrenteaftrek geniet. Voor DGA’s met overtollige liquiditeit in de BV en een woningwens is dit een van de meest interessante constructies.
-
Aandachtspunt: notariskosten
De notariskosten voor het vestigen van een hypotheekrecht voor de BV zijn veelal gelijk aan het vestigen van een hypotheek voor een regulier bank. Het totale traject van vastleggen van de hypotheek is vaak iets duurder, omdat je extra niet vastleggen en onderbouwen. Dat klinkt niet aantrekkelijk, maar weeg het af tegen het feit dat zonder hypotheekrecht de lening volledig meetelt voor de €500.000-grens, en daarmee mogelijk duizenden euro’s per jaar aan box 2-heffing kost. Voor leningen vanaf circa €100.000 verdient de gehele vastlegging zich vrijwel altijd terug.
Hoe leen je van je BV? Rekening-courant of formele lening
Er zijn in de praktijk twee manieren om geld op te nemen uit je BV.
Een rekening-courant (RC) is een lopende schuldverhouding tussen jou en je BV. Soms betaalt de BV iets voor jou privé, soms is het andersom, alles wordt op de RC bijgehouden. Dit werkt soepel bij kleinere bedragen. De Belastingdienst hanteert hierbij een vuistregel: tot ongeveer €17.500 op jaarbasis geldt een lichter regime, mits het patroon zakelijk blijft. Boven die grens kijkt de fiscus kritischer en geldt een marktconforme rente, doorgaans tussen 4% en 6%.
Bij grotere bedragen leg je de lening vast in een formele schriftelijke leningsovereenkomst met daarin minimaal het geleende bedrag, een marktconforme rente, een aflossingsschema en looptijd, en eventuele zekerheden. Zonder schriftelijke vastlegging kan de Belastingdienst de lening aanmerken als verkapte winstuitkering, met naheffing en boete als gevolg.
Marktconforme rente: wat betekent dat?
De Belastingdienst eist een rente die vergelijkbaar is met wat een externe financier, een regulier bank, rekenen onder dezelfde voorwaarden. In de praktijk kun je kijken naar wat banken op vergelijkbare zakelijke leningen rekenen. Een te lage rente, bijvoorbeeld 1% terwijl de markt 5% rekent, wordt gezien als verkapte winstuitkering over het renteverschil. Hier kan de belastingdienst dan op aanslaan.
Wanneer is een externe zakelijke lening verstandiger?
Lenen van je BV is niet altijd de beste route. Een externe financiering via een bank of alternatieve geldverstrekker is vaak verstandiger als je de liquiditeit in de BV nodig hebt voor investeringen of groei, als je in de buurt komt van de €500.000-grens, als de zakelijke investering in de werkmaatschappij thuishoort, of als je een scheiding tussen zakelijk en privé wilt aanhouden.
Wij regelen het hele traject: één aanvraag, één keer stukken aanleveren, wij vergelijken meer dan 40 geldverstrekkers en onderhandelen over de scherpste voorwaarden.
Offerte aanvragen